uit Oostende

lees hieronder zijn schrijven

Lieve Tetterodianen,

Een bericht uit Oostende van Jaïr. Vanavond zou mijn eerste programma in KAAP De Werf (Brugge) zijn, met Han Bennink solo en de Malinese groep van kamele n’goni-speler Harouna Samake. Voorafgegaan door de prachtige film Hazentijd, gevolgd door een nagesprek tussen filmmaker Jellie Dekker en jazzjournalist Guy Peters. Gelukkig hebben we deze week een nieuwe datum kunnen vaststellen. Hopelijk alsnog te zien op zondag 29 november, en dan in KAAP Vrijstaat O (Oostende). In deze prachtige zaal (naast het zeer foute beeld van Leopold II) programmeren wij op zondagmiddag. Geen standaardjazz, maar ondanks het soms behoorlijk avant-gardistische karakter is er een trouw publiek, waarvan ik sommige mensen al leer kennen.

Voordat de coronacrisis begon zat ik eigenlijk net op aangename koerssnelheid. De eerste vier maanden was een achtbaansrit van introducties, ‘permanenties’ (dienst, verantwoordelijke voor zaal en programma) en ‘prospecties’ (Nederlandse programmeurs noemen dat ‘bandjes kijken’, het Vlaamse ‘op prospectie gaan’ klinkt toch een stuk fijner en actiever). De Belgische jazz-scene is ongelofelijk inspirerend en vergt iedere avond studie (geen straf!). De even lieve als professionele collega’s van KAAP mis ik nu al, net als het erg fijne kantoor aan de Groenplaats in Brugge. We doen gelukkig iedere morgen een korte check-in via Zoom – er zullen vast bedrijven baat hebben bij deze complete stop van het openbare leven.

Tenslotte nog 1 observatie: in de gesprekken met collega’s van KAAP en daarbuiten valt me pas goed op hoezeer het cultuurpolitieke denken in Nederland sinds 2012 gegijzeld is door het neoliberalisme. Zeker, er is ook hier een guurrechtse storm op komst, met in de week van mijn contract aangekondigde nationale besparingen (3% op grote instellingen, 6% op kleine instellingen en maarliefst 60% op projectsubsidies!). Het nieuwe Kunstendecreet zal waarschijnlijk fors minder budget hebben en heel wat spelers wegvagen. Toch voel ik in Oostende en in Brugge een grote waardering voor autonome kunst in alle opzichten (zo hebben we in Vrijstaat O een drukbezocht literair programma op de zondagochtend). Programmators van collega instellingen zijn joviaal in hun kennisdeling, vanuit een groter besef van het belang van een bloeiend kunstleven. Ik realiseer me dat ik ongetwijfeld nu klink als Harry Mulisch in revolutionair Cuba, maar voorwaar: ik hou van de Belgische cultuur. Men heeft de ideologische veren nog niet uit laten trekken, de sfeer is onmiskenbaar humaner en collectiever dan in de neoliberale slangenkuil die zeker de Amsterdamse culturele sector geworden is.

Veel liefs uit Oostende, be safe,

Jaïr Tchong